Op 16 april 1944 werden van hier 486 jongemannen door de bezetter weggevoerd van wie velen nooit zijn teruggekeerd.

Vorige persoon (B. Alders) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (W.I. Appel)

Naam: Joop Antonijsen
Voornamen:Johan Willem
Geboren:Donderdag 14 December 1922 te Velsen
Adres:Geelvinckstraat 31
Woonplaats:Velsen-Noord
 
11 augustus 1944 Foto Boumans Groenelaan
 
Opgepakt bij de Razzia in Beverwijk en Velsen van 16 april 1944 in de Geelvinckstraat 31, Velsen-Noord.
 
Tussen 16 april 1944 en 11 augustus 1944 werden ongeveer 160 gegijzelden vrijgelaten
Joop Antonijsen is vrijgelaten: Vrijdag 11 Augustus 1944
 
Persoonlijk verhaal:
 

Van Joop zijn gegevens gevonden in het archief van ITS, de Internationale Tracing Service, in Bad Arolsen Duitsland. Zijn gegevens staan onder Antonysen (met Griekse Y) en er wordt verwezen naar Antonijsen. Zijn gevangenenummer was 637.

Joop staat niet op de foto die genomen is bij Bouman.

Joop Antonijssen, Jan Morlang en Jaap Morlang waren slapies in Amersfoort. Ze lagen 3 hoog boven elkaar in een stapelbed. In het andere stapelbed lagen Jan verbeek, Mijlle van der Wel en Piet Bleeker. 2 Stapelbedden met 6 jongens vormde weer een Blok. Voor meer informatie over dit Blok zie het verhaal van Joop Antonijssen.

Voor de oorlog werkte Joop bij Houthandel Veringa aan de Haven in Beverwijk.
Joop werkte daar net een dag of 6. Hij moest gezaagde balken op een lorrie leggen of balken aangeven die door de schaafbank gehaald moesten worden. Een balk liep vast in de zaagmachine tegen het mes achter de cirkelzaag. Joop wilde de balk doorgeleiden maar raakte met zijn rechterhand de cirkelzaag die een paar centimeter boven de balk uitkwam met als gevolg dat 3 vingers voor de helft afgezaagd werden. Dit ongeluk kon gebeuren omdat Veringa de veiligheidsvoorschriften niet juist uitvoerde. Helaas heeft Joop bij de arbeidsinspectie vermeld dat “alles in orde” was. Hij wist op dat moment niet dat er een beschermkap over de cirkelzaag moest zijn. Toen hij 3 weken later terugkwam bij Veringa waren alle veiligheidsmaatregelen getroffen……

Direct na het begin van de oorlog werd Joop door Veringa ontslagen, echter de Duitsers namen dit niet en bevalen Veringa Joop weer in dienst te nemen.

In 1942 is Joop gekeurd door Dokter G.S. van der Meulen in de Casembroodstraat in IJmuiden. Joop werd afgekeurd voor de Arbeidsinzet. Dokter v.d. Meulen was arts van het Nederlands Elftal en fout.

Later in de oorlog is Joop bij de Ceta Bever op de boekhouding gaan werken waar ook Piet Bleeker, zijn neef, werkte die ook bij de Razzia opgepakt werd.

Joop werd op zondagmorgen 16 april 1944 uit huis gehaald door de Duitsers. Zijn moeder wilde nog wat boterhammen maken, dit vond de Duitse soldaat prima, die bleef voor de deur wachten. Toen zijn commandant hem riep dat hij moest opschieten riep hij terug “ik wacht nog even op de boterhammen”.

Henk van Gastel werd door de Duitsers van bed gelicht. Toen Henk de dekens terugsloeg en ze zijn kunstbeen zagen mocht Henk thuis blijven.

Van de Hoogovens kwam een groepje Rotterdammers van het werk. Zij zijn opgepakt. Een jongen met de naam Arie vroeg iedere dag aan de Rotterdammers “zou ik zondag weer bij mijn Greetje zijn?”

Op woensdag 24 mei hebben ze gezwaaid naar mensen die op het Belgische monument geklommen waren. Dit monument konden ze net zien vanuit het kamp. Zie dagboek Theo Schuijt voor de gevolgen.

Het Rode Kruis had een afspraak met de Duitse bezetter dat mensen die gehandicapt of ziekelijk waren nooit voor uitzending naar Duitsland in aanmerking kwamen.

Joop moest voor de deportatie bij de dokter komen. Die vroeg laat je hand eens zien.
Is het aangeboren of heb je een ongeluk gehad. Joop had bij allereerste baas een ongeluk gehad. Hij vroeg “mag ik op transport of moet ik hier blijven”? . Je blijft hier voorlopig op transport is geen sprake van. Joop, “Ik wil liever met mijn kornuiten mee”. De Dokter zij dat zou een gekke wereld worden die moet wil hier blijven en die niet mag die wil mee.

In Amersfoort sliep Joop in een blok van 2 stapelbedden boven elkaar. Jan en Jaap Morlang lagen op de andere 2 bedden. In het andere stapelbed lagen Jan Verbeek, Piet Bleeker en Mijlle van der Wel.

In de barak, Block III waren 4 afdelingen. Meester Banning en Chris waren de zaal oudsten.
Banning had Joden geholpen en Chris was een zwarthandelaar uit Oss.
Meester Banning vertelde verhalen aan de jongens o.a. over Multatuli. Voor de oorlog was Mr. Banning op de Radio met “de school voor schipperskinderen”

Nadat hun kameraden op 7 juli vertrokken waren werden de achterblijvers ingezet bij de zogenaamde commando’s. Joop zat eerst op de AMAF Amersfoortse Machine en Apparaten Fabriek. Hij moest daar luizenhokjes bouwen. In deze hokjes werden de blauwe gaspotten gezet waarin het verdelgingsgas voor de luizen zat. Hij hoorde dat het buiten commando Soesterberg het daar goed had. De volgende dag zag hij dat er een plek vrij was in die groep en ging bij die groep staan. De commandant van de groep die naar de AMAF moest miste echter een man en heeft Joop met een gigantische schop terug gezet. Een paar dagen later lukte het Joop toch om in het commando Soesterberg te komen.

S’-morgens werden ze met de tram naar Soesterberg gebracht. In de tram werd de vloer nagezocht op sigaretten peukjes, de zogenaamde “Buk shag”. De leiding op Soesterberg lag bij een Feldwebel van de luchtmacht en een Gefreiter, een jonge bink. In plaats van tegels leggen, wat ze moesten doen, werd er een wedstrijdje verspringen gedaan. Het was schappelijk daar.

Vaak fietste een dame langs die een jute zak met 20 voedselpakketten neerzette. Als er een pakket tekort was dan stonden de Duitsers hun pakket af. De jongens van het commando Soesterberg hadden voldoende te eten. Als ze s’-avonds hun broodje kregen in het kamp dan stonden ze dat vaak af aan de andere jongens.

De jongens werden rond 16:15 naar het parkeerterrein van café het Zwaantje gebracht waar ze op de tram moesten wachten die hen terug bracht naar Amersfoort. De broer van Sander van Marion kwam op een dag uit Velsen-Noord en heeft voor Joop een briefje mee teruggenomen naar zijn ouders. Op 11 augustus 1944 was de moeder van Joop, zijn vriendin Tiny en de vriendin van Jan Verbeek naar café het Zwaantje gekomen. Daar hoorden ze dat Joop en Jan vrijgelaten waren.

De ongeveer 20 jongens die op 11 augustus 1944 het kamp verlieten werden buiten de poort direct opgevangen door de Amersfoortse bevolking. Kinderen stonden klaar met fietsen om de zware koffers voor ze naar het station te brengen. Ook kregen ze een soort roombroodjes. Op het Centraal Station in Amsterdam kregen ze bruinbrood van Amsterdammers. Joop stapte niet uit bij Halte Hoogovens maar ging met Jan door naar Beverwijk. Er stond veel publiek op het station in Beverwijk. Joop trof niemand thuis aan. Zijn vader was naar Halte Hoogovens gegaan en zijn moeder was nog onderweg van Soesterberg terug naar huis. Om ongeveer 21:00 uur kwamen de 3 vrouwen terug.

 


Vorige persoon (B. Alders) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (W.I. Appel)