Op 16 april 1944 werden van hier 486 jongemannen door de bezetter weggevoerd van wie velen nooit zijn teruggekeerd.

Vorige persoon (H. Butter) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (G.D. Colenbrander)

Naam: Joop Casander
Voornamen:Joseph Maria
Geboren:Zondag 18 Oktober 1925 te Alkmaar
Adres:Arendsweg 195
Woonplaats:Beverwijk
 
Anmeldung Lippendorf 18 De König Albert Stiftung, het ziekenhuis waar de 28 jongens uit Peres naartoe gebracht zijn StadtKirche Sankt Johannis in Mügeln Kaart van Mügeln Pen tekening van Joop Casander gemaakt in 1942. Bidprentje met foto van Joop Casander Stolpersteen gelegd voor Arendsweg 195 Beverwijk
 
Opgepakt bij de Razzia in Beverwijk en Velsen van 16 april 1944 in de Arendsweg 195, Beverwijk.
 
Op zondag 16 april 1944 rond 13:00 per trein afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
In het PDA werden alle persoonsgegevens genoteerd waaronder het beroep van de gevangene.
Beroep:Erdarbeiter/Schuler
Gevangenenr:480
 
Tussen 16 april 1944 en 11 augustus 1944 werden ongeveer 160 gegijzelden vrijgelaten
Joop Casander is NIET vrijgelaten
 
Op 7 juli 1944 's-morgens om 02:30 uur werden de gevangenen afgemarcheerd naar het station in Amersfoort om per trein naar Duitsland vervoerd te worden.
 
Kampen in duitsland:
Plaats, kamp: Schkopau, GemeinschaftsLager
Plaats, kamp: Lippendorf, De Kippe
Plaats, kamp: Peres, Alpenrose
 
Werkplekken in duitsland:
Plaats, plek: Böhlen / Lippendorf, BRABAG en de A.S.W.
 
Overleden: Maandag 28 Mei 1945 te Mügeln Lkr Oschatz
Begraven: Woensdag 30 Mei 1945 te Mügeln Johannisfriedhof
Herbegraven: Woensdag 27 Juli 1949 te Beverwijk, OLV van Goede Raad
 
Persoonlijk verhaal:
 

Joop Casander is samen met Piet de Bie en anderen, in totaal 28 jongens, op 12 april 1944 uit Peres vertrokken op een vrachtwagen met open laadbak en daarachter een open platte aanhangwagen. 8 van de 28 jongens zijn in Mügeln overleden. Joop is overleden aan Lungentuberkulose (Longtuberculose). Hij is begraven op het Johannisfriedhof te Mügeln, Neuerteil Abteilung B Reie 19 Grabnummer 1.

Herman van Straaten vertelde dat ze op 12 april 1944 met een vrachtwagen met aanhangwagen zijn vertrokken rond 15:30 uur van het kamp Alpenrose in Peres op zoek naar een ziekenhuis. De hele nacht hadden ze gereden. De lucht werd verlicht door de beschietingen. Om 03:30 uur kwamen ze aan in Mügeln.

Uit: Aanslag en Represaille van Harm Reinders, blz. 237.
Gerard van Olm bevond zich in de ziekenbarak in kamp Alpenrose in Peres. Hij was één van de 28 jongens die op een open vrachtwagen naar Mügeln getransporteerd werden.

Van Olm vertelt verder:
We hoorden al schieten, op een open aanhangwagen achter een auto met een gasgenerator vertrokken we. Het liep tegen de avond, ’t was nog licht. De hele nacht werd doorgereden, een spookachtige nacht en de lucht vol met lichtkogels. Eerst gingen we naar Würzen naar het ziekenhuis maar daar was het vol, toen naar Oschatz maar ook daar alles vol. Verder gereden naar Mügeln waar we in de König Albert Stiftung terecht kwamen. Het lag er heel mooi met een prachtige tuin. ’s Morgens gingen we in het bad, vijf man na elkaar in hetzelfde water. Ik wou eerst niet in dat vuile water maar het moest. We waren keurig ondergebracht in houten barakken in de tuin, sliepen op bedden met lakens. Gedurende een dag of tien waren de Duitsers er nog de baas. Henk de Jong, de Sanitäter, was ook bij ons. Toen het bericht kwam dat de Russen kwamen ging ieder zijn horloge verstoppen, de verpleegsters waren bang voor verkrachting. Er lagen ook Russische patiënten bij ons. Wij hebben nooit last van de Russen gehad, we kregen eten van hen, stukken spek en zo. In Mügeln is Gerrit Klifford overleden, het staat voor mij vast dat hij op het transport vanuit Peres op die open wagen kapot is gegaan. Van Mügeln uit hebben we nog dertien kilometer gelopen naar Wermsdorf, de Duitsers waren zo lief, we kregen kookpotten vol met soep.

De 8 overledenen in Mügeln zijn:
Op 14 april 1945 Pieter de Bie uit Velsen-Noord, aan Durchfall und Herzschwäche.
Op 15 april 1945 Klaas Seinen uit Dalfsen aan Herzschwäche.
Op 15 april 1945 Wim Coldenhof uit Apeldoorn aan Pneumonie.
Op 16 april 1945 Gerrit Klifford uit Bedum aan Lungentuberkulose
Op 18 april 1945 Jan Gildemeester uit Deventer aan Lungentuberkulose
Op 19 april 1945 Floris Golverdingen uit Hardinxveld aan Lungentuberkulose
Op 28 mei 1945 Joop Casander uit Beverwijk aan Lungentuberkulose
Op 6 juni 1945 Jacques Duivesteijn uit Den Haag aan Lungentuberkulose.

De 2 overledenen in Coswig zijn:
Op 5 juli 1945 Cornelis Ippel uit De Werken/Werkendam naar Sanatorium Dresden
Op 1 oktober 1945 Johan Ruis uit Rotterdam naar Sanatorium in Dresden.

Op de vrachtwagen werden 28 jongens vervoerd.
Naast de 8 overledenen in Mügeln en de 2 overledenen in Coswig, herinnert Herman van Straaten zich nog 7 namen:
Henk de Jong uit Sliedrecht Sanitäter , thuisgekomen op 19 juli 1945.
Jan ten Hoven hulp Sanitäter.
Herman van Straaten uit Haarlem thuisgekomen op 19 juli 1945.
Cornelis (Chris) Meere uit Utrecht, thuisgekomen op 19 juli 1945.
Jacob Schol uit Santpoort thuisgekomen op 19 juli 1945.
Bart van der Kreeft uit Sliedrecht, thuisgekomen op 19 juli 1945.
Gerard van Olm uit Bedum.

Zie de gegevens in het Staatsarchief te Leipzig, archiefstukken betreffende de Stadt Mügeln archiefnummer 418.

Op 14 december 1948 werd het lichaam van Joop geëxhumeerd en daarna overgebracht naar Nederland. Joop werd op 27 juli 1949 herbegraven op het kerkhof van de Onze Lieve Vrouw van Goede Raad kerk aan de Arendsweg 59 te Beverwijk. Daarna werd Joop wederom geëxhumeerd, op 20 december 1971, en herbegraven op het Nederlands ereveld Loenen vak E nr 1031.  Beide datums uit de administratie van de O.L.V. van Goede Raad kerk.

 

Stolpersteen.

Op 16 april 2018 is de Stolpersteen voor Joop gelegd voor hun woonhuis Arendsweg 195 waar hij woonde op het moment van de Razzia van 16 april 1944.

 

Genealogische gegevens (uitgebreide versie uit het boekje t.g.v. het leggen van de Stolpersteen.

De familie van Joop.

Vader, Theodorus Casander, geboren 01-10-1886 om 12:00 uur Anegang 20 te Haarlem, overleden 15-02-1942 te Beverwijk, zoon van Theodorus Casander, Winkelier en Dorothea van der Molen, Winkelierster. Gehuwd 17-10-1913 te Wilnis, gescheiden 14-11-1919 te Wilnis van Maria Johanna Helena van der Putten, geboren 31-07-1881 te Wilnis, overleden 16-03-1974 te Laren, dochter van Petrus Gerardus van der Putten en Johanna Maria Bellersen. De vader van Joop en Ton, Theodorus, was Katholiek, hertrouwen na een scheiding werd kerkelijk niet toegestaan.

Moeder, Johanna Geertruida Schutte, geboren 16-02-1888 om 13:00 uur Rozenprieelstraat 33 te Haarlem, dochter van Hendrik Jan Schutte, smid, en Jantien Liekendijk. Gehuwd 03-04-1912, gescheiden 28-09-1918 te Haarlem van Jan Veldhuizen, geboren Haarlem 20-05-1886, verificateur. Hetzelfde geldt voor de moeder van Joop en Ton, Katholiek en gescheiden dus hertrouwen werd kerkelijk niet toegestaan.

Mevrouw Schutte verhuisde op 25-06-1924 naar Amsterdam. Daar werd haar zoon Anton (Ton) geboren op 23-08-1924 die door Theodorus Casander erkend werd op 05-02-1925. Op 20-04-1925 verhuist mevrouw Schutte naar Alkmaar waar zoon Joseph Maria (Joop) geboren wordt op 18-10-1925 die door Theodorus Casander erkend werd op 29-10-1928.

Op 6 mei 1927 verhuist mevrouw Schutte met Ton en Joop naar Wijk aan Zee en Duin. Op 28 juli 1927 voegt Theodorus zich bij hen. Achtereenvolgens woont de familie op Noorderwijkweg 71, Wilhelminastraat 19, Meester van Lingenlaan 7 en vanaf 1 juli 1939 op Arendsweg 195.

 

Vader Theodorus Casander zat “in de bloemen”. Van de immigratiedienst in België zijn documenten bekend waaruit blijkt dat Theodorus Casander van juni 1929 tot januari 1935 een bloemenwinkel dreef in de Nationalestraat te Antwerpen.

 

Mevrouw Schutte blijft na het overlijden van Theodorus op 15-02-1942 wonen op Arendsweg 195. Voor zover bekend is Joop hier opgepakt bij de Razzia van 16 april 1944 met helaas fatale gevolgen. Mevrouw Schutte overlijdt op 20 juli 1960 in Velsen. Zij woonde tot het laatst op Arendsweg 195.

Ton wilde graag priester worden. Dat werd helaas niet toegestaan door het bisdom. Daarom werd hij op 1 juni 1949 lid van de congregatie van de Broeders van Barmhartigheid van St. Joannes de Deo. Broeder Majella was zijn naam, hij ambieerde geen leidinggevende functies maar werd toch Provinciaal Overste. Ook werkte hij een aantal jaren in Sengerema ten zuiden van het Victoria meer in Tanzania. Ton overleed na een ziekbed te Haarlem op 6 oktober 1991.


Vorige persoon (H. Butter) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (G.D. Colenbrander)