Op 16 april 1944 werden van hier 486 jongemannen door de bezetter weggevoerd van wie velen nooit zijn teruggekeerd.

Vorige persoon (F. Brakenhoff) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (J.C. Breur)

Naam: Frans Braun
Voornamen:Franciscus Joannes Marie
Geboren:Zaterdag 5 December 1925 te Beverwijk
Adres:Dr. Schuitstraat 47
Woonplaats:Beverwijk
 
Bidprentje van Frans Braun met foto. Beschikbaar gesteld door Patrick Schelvis.
 
Opgepakt bij de Razzia in Beverwijk en Velsen van 16 april 1944 in de Dr. Schuitstraat 47, Beverwijk.
 
Op zondag 16 april 1944 rond 13:00 per trein afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
In het PDA werden alle persoonsgegevens genoteerd waaronder het beroep van de gevangene.
Beroep:Kontorist
Gevangenenr:817
 
Tussen 16 april 1944 en 11 augustus 1944 werden ongeveer 160 gegijzelden vrijgelaten
Frans Braun is NIET vrijgelaten
 
Op 7 juli 1944 's-morgens om 02:30 uur werden de gevangenen afgemarcheerd naar het station in Amersfoort om per trein naar Duitsland vervoerd te worden.
 
Kampen in duitsland:
Plaats, kamp: Schkopau, GemeinschaftsLager
Plaats, kamp: Nietleben, Lager
Plaats, kamp: Zöschen, ArbeitsErziehungsLager
Plaats, kamp: Schafstädt, Lager
Plaats, kamp: Ammendorf, Lager
 
Overleden: Donderdag 14 December 1944 te Ammendorf
Begraven: te Ammendorf
Herbegraven: te Beverwijk
 
Persoonlijk verhaal:
 
Overleden in Lager Bruckdorferstrasse te Ammendorf
Herbegraven op begraafplaats Duinrust grafnummer 636.

Relaas van de broer van Frans Braun, de heer J.H. Braun 15 jaar oud op het moment van de Razzia.

Razzia 16 april 1944.
Bij het uitgaan van de Agatha kerk, gonsde het van de geruchten dat de Duitsers met een Razzia waren begonnen in de omgeving van het Hofland.

Jonge jongens werden opgepakt.
Mijn twee broers, Wim en Frans, 19 en 17 jaar, renden naar huis om zich daar te verschuilen. Frans was erg bang. Hij verstopte zich, doch dat was van korte duur. Wim kroop op het platte dak. Hij haalde Frans over hem te volgen. Ook deze plek was niet veilig. Vanaf de Zeestraat was het misschien zichtbaar. De zenuwen namen toe en beide gingen met behulp van buren naar de overkant van de Dr. Schuitstraat en verstopten zich in een schuur. Mijn broer Wim vond het niet veilig genoeg. Hij ging achter de schuur liggen. Hij had geluk. De Duitsers haalden Frans en mijn neef Ben Post uit de schuur. Ze moesten voor de Duitsers uitlopen de Dr. Schuitstraat door. Mijn moeder zag dat en rende het huis uit. Ze bleef voor de Duitsers staan en smeekte om Ben en Frans te laten gaan. De Duitsers antwoordden “Bevel is Bevel” ! Volgens de soldaten zouden ze spoedig weer vrijgelaten worden. Mijn moeder geloofde dat niet. Ze bleef smeken. Het hielp echter niet.

De overvalwagen stond op de hoek Beeckzanglaan – Dr. Schuitstraat waar reeds andere jongens op de bankjes in de overvalwagen zaten.

Ik ben daar naar toe gelopen en zag veel bekende gezichten. Ze waren stil en sommige heel angstig. Hoe zou dit aflopen.

Ook de verloofde van zijn oudste zus, Gerard Kochx, was opgepakt. Gerard was de zoon van Kochx grossierderij aan de Breestraat. Volgens de Kampbewaarders had Gerard een Joods uiterlijk, wat hij ontkende te zijn. Voor deze ontkenning kreeg hij dagelijks een aantal stokslagen.

Mijn broer Frans en mijn neef Ben Post zijn naar hetzelfde kamp afgevoerd namelijk in Ammendorf. Frans was met darmklachten (buikloop) binnengebracht. De verzorging liet veel te wensen over.

In de maanden november, december werd mijn moeder ernstig ziek. Ze moest bediend worden. (Eén van de gebruiken in de Katholieke kerk. De stervende wordt voorzien van het zogenaamde Heilig Oliesel). Door de slechte voeding, en dagelijks omgaan met het feit, dat een kind je op een brute manier was afgenomen, en of hij wel weer levend terug zou komen , werd het haar teveel.

Na de bevrijding kregen mijn ouders ook het bericht dat Frans was overleden, via de Deken van de Agatha kerk en de heer van Leeuwen via het Rode Kruis. Mijn moeders reactie was “Ik wist het al” ze had al een sterk vermoeden tijdens haar ziekte opgedaan.

Ben, mijn neef is wel teruggekeerd en vertelde mij, dat dagelijks in het kamp een platte wagen kwam, om lijken op te halen. Hij heeft zijn eigen neef weggedragen.

Ik mocht dat niet aan mijn familie vertellen. Ook voor hem was dit moeilijk. Ik heb dat ook nooit gedaan.

Gerard Kochx is ook niet teruggekomen. Hij is in een ander kamp overleden (Zöschen).

Moeder en mijn zus hebben na verloop van tijd de draad weer weten op te pakken.

Nu dat je zelf een gezin hebt en kleinkinderen voel je het hele gebeuren heel anders aan. Verschrikkelijk.

J.H. Braun.

Vorige persoon (F. Brakenhoff) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (J.C. Breur)