Op 16 april 1944 werden van hier 486 jongemannen door de bezetter weggevoerd van wie velen nooit zijn teruggekeerd.

Vorige persoon (J. Morlang) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (H.P. Moser)

Naam: Arie Mors
Voornamen:Adrianus Laurentius
Geboren:Vrijdag 14 Januari 1921 te Limmen
Adres:Kerklaan 308
Woonplaats:Akersloot
 
Anmeldung Lippendorf 7 Noordhollands Dagblad 20 mei 2005 Interview Arie Mors  i.v.m. bezoek Zöschen op 22 mei 2005
 
Opgepakt bij de Razzia in Beverwijk en Velsen van 16 april 1944: Wegversperring , Beverwijk.
 
Op zondag 16 april 1944 rond 13:00 per trein afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
In het PDA werden alle persoonsgegevens genoteerd waaronder het beroep van de gevangene.
Beroep:Schiffer
Gevangenenr:904
 
Tussen 16 april 1944 en 11 augustus 1944 werden ongeveer 160 gegijzelden vrijgelaten
Arie Mors is NIET vrijgelaten
 
Op 7 juli 1944 's-morgens om 02:30 uur werden de gevangenen afgemarcheerd naar het station in Amersfoort om per trein naar Duitsland vervoerd te worden.
 
Kampen in duitsland:
Plaats, kamp: Schkopau, GemeinschaftsLager
Plaats, kamp: Lippendorf, De Kippe
Plaats, kamp: Peres, Alpenrose
 
Werkplekken in duitsland:
Plaats, plek: Böhlen / Lippendorf, BRABAG en de A.S.W.
 
Overleden: Woensdag 6 Augustus 2008 te De Rijp
Begraven: Maandag 11 Augustus 2008
 
Persoonlijk verhaal:
 
Arie Mors was op de fiets onderweg van Akersloot naar het "Aannemen" (Eerste Heilige Communie in de Katholieke Kerk) van zijn neefje of nichtje in Hoofddorp. Bij een wegafzetting in Beverwijk werd hij opgepakt.

In het Relaas van Nic. Jonker wordt Arie Mors vermeld.
Ik werd ziek, ik had namelijk een biels op mijn been gekregen. Het is me meermalen overkomen dat ik bij het ontwaken de dood van mijn makkers moest constateren. Ik zag het niet meer zitten; ik was doodziek. Op een gegeven dag zeg ik tegen Arie Mors uit Akersloot: "Steek mij maar hartstikke dood, want hier komen we nooit meer uit." "We doen geen rare dingen, Nic," zei Arie. "Ik bid wel een weesgegroetje voor je." Arie liep altijd met een rozenkrans. Het was een doodgoede kerel. Als hij wat te delen had, gebeurde dat. Elke avond bad hij voor de doden.

Vorige persoon (J. Morlang) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (H.P. Moser)